Ere-Deken Roger Van Bockstaele.

690920_opperdekenijgent.be • 17 april 2026

Het verhaal van Ere-Deken Roger Van Bockstaele.

“ Ik wil wel heel oud worden… ik bedoel “gezond” oud”. Maar niet té oud zodanig dat ik niet noodgedwongen van iemand anders moet afhangen.

Hij is 99 jaar, geboren in de Willem de Beersteeg vlak bij de Goudstraat, volgde kleuteronderwijs in een schooltje gelegen in het Baudeloopark en lager onderwijs in het Laurentinstituut in de Onderstraat. Daarna koos hij voor beroepsonderwijs met als specialiteit houtbewerking, meer bepaald “schrijnwerkerij” en” trappen maken” om later familieleden in deze branche, op te volgen.

In 1938 had Roger wel een droom. Hij wou graag naar Antwerpen gaan voor een opleiding aan de zeevaartschool voor de Lange Omvaart. Maar zijn vader, die zelf bij de spoorweg actief was, had liever dat zijn zoon mee deed aan een toelatingsexamen bij de NMBS. Ze werfden jaarlijks tien leerjongeren aan die, gedurende drie jaar een opleiding kregen voor ‘mecanicien’. Roger was geslaagd en begon in 1939 aan een opleiding. Eerst praktijk en theorie en daarna ook geschiedenis o.a. van de Spoorwegen..

Deze vorm van opleiding werd indertijd door Koning Willem I gesteund, vertelt hij me. om na voortdurende scholing in de ‘grote ‘ industrie hogere functies uit te voeren . Na zijn studies, als mekanieker bij de NMBS, moest hij in Brussel een D-cursus volgen om nadien zelf les te kunnen geven. Zowel praktijk en technisch tekenen was zijn opdracht maar ook geschiedenis van de spoorweg, materialenkennis en vakken die eigen waren aan de spoorweg technieken.

Het begin van 1940 met de aanvang van wereldoorlog II, werden alle jongeren (tussen 16 en 17 jaar) naar Frankrijk gestuurd, naar het ‘onbezet’ gebied. Samen met zijn leeftijdsgenoten reden ze per fiets naar Rouen en zo verder naar Cologne (departement Ger) waar ze werden ondergebracht in een leegstaand kasteel, Chateau Pomminet genoemd. Roger maakte zich daar nuttig en hielp bij allerlei karweien omdat hij het leuker vond om altijd bezig te zijn.

Na drie maanden Frankrijk (onbezet gebied), werd hij samen met alle jongeren, gerepatrieerd naar België per trein.

Veilig terug thuis heeft hij zijn studies aan de NMBS opnieuw aangevat en verdiende hij het eerste jaar 1 frank per uur, het tweede jaar 2 frank en het derde jaar 3 frank.

Vader werkte aan de spoorweg en moeder was broeknaaister. Zij waren een gewoon gezin, zonder echte problemen. Honger heeft hij niet gekend. Hij had een broer maar die is reeds lang overleden.

Toen ik hem vroeg hoe hij Tineke leerde kennen kwam hij helemaal op dreef. We hebben elkaar heel jong leren kennen, vertelt hij. Zij was 19 jaar en ik 20 toen we in 1943 huwden We woonden toen in bij mijn schoonmoeder, want schoonvader (opgeëist) was in Duitsland om er te werken. 

In 1950 beslisten ze om een huisje te kopen met een lening van de spoorweg, en sedert dan woon ik hier. Mijn vader gaf me goede raad en zei:” Je hebt een goed werk, probeer dat te doen tot je 60 jaar”

En in 1984 wou zijn baas – Hoofdingenieur – aan Roger de hoogste bevordering geven die hij ooit zou kunnen krijgen. Hij heeft geweigerd en is op pensioen gegaan. Toen was hij bijna 61 jaar.

Hij volgde de Oost-Vlaamse Gidsencursus omdat hij nog graag iets om handen had en begon te gidsen in de Stad. Ook werd hij uitgenodigd op de vergaderingen van de dekenij. Toen was Marcella Claus dekenin, zij was alleen want de deken Droesaert was reeds zeven jaar geleden overleden. 

Op de Patersholfeesten in 1985 vroeg een mevrouw hem of hij geen deken wilde worden van het Patershol. Hij wist niet wat hem overkwam. De mevrouw argumenteerde haar vraag en vertelde dat ze onder de indruk was van zijn gedrevenheid en ze had dat opgemerkt in een vergadering waar zij beiden aanwezig waren. De mevrouw in kwestie was Opperdekenin mevrouw Mareen. Haar argument was dat ze had gezien dat hij niet dronk tijdens de patersholfeesten ….

De aanstelling gebeurde door Opperdeken Gerard Mortier en de dekenij evolueerde met ups en downs. “Ik luisterde naar ouderen en ging veel te rade bij Emmanuel Janssens, die ook in mijn straat woonde (zoon van Armand Janssens, architect) een ‘ancien’ in de dekenij.” 

Het was een echte sociale dekenij en meer dan eens moesten ze hulp bieden aan mensen die het echt moeilijk hadden. Soms betaalden ze begrafenissen, steunden ze ‘Julien den Teen’ omdat hij zorgen nodig had, hebben ze Cornelia begraven die eigenlijk van niemand hulp wilde.

De bestuursploeg werd uitgebreid en ook het aantal leden. Iedereen die lid wilde worden betaalde een vrije bijdrage naar eigen vermogen en kunnen. Het doel was mensen samen te brengen waaruit de nieuwjaarsreceptie groeide, de seniorenmaaltijden, de voorjaarse stadswandeling en in het najaar een busreis, die elk jaar plaats had.

Een tijdje was hij deken zonder dekenin , maar toen kwam Trees erbij. Een gedreven dame met een gouden hart die een echte steun voor Roger betekende.

De fakkel heeft hij doorgegeven maar hij blijft de werking van de dekenij volgen met wijze raad en steun. Er zijn jonge mensen bijgekomen die echt gemotiveerd zijn om het werk verder te zetten.

Wanneer hij zo terugblikt moet hij toegeven : “Dit was de periode van mijn leven”. Hij is verknocht aan Gent en is blij voor wat hij, door zijn dekenschap, voor de stad en het Patershol heeft kunnen verwezenlijken.”

Volgende maand het verhaal van ere-opperdeken Daniël Termont


door 690920_opperdekenijgent.be 17 april 2026
Deze maand het verhaal van onze ere-opperdeken Daniël Termont.
door 690920_opperdekenijgent.be 17 april 2026
Het verhaal van ere-dekenin Angèle Deweerdt, het pittige dametje van Heilig Kerst.
17 april 2026
Yvette Hutse, de kersverse ere-dekenin van Dekenij De 3 Gemeenten aan Merelbeke Station