het verhaal van onze ere-opperdeken Daniël Termont.
Deze maand het verhaal van onze ere-opperdeken Daniël Termont.
Het was een natte regenachtige dag waarop ik de ere-burgemeester Daniël Termont zou ontmoeten voor een gesprek over zijn samenwerking met de dekenijen en ondanks het slechte weer wachtte hij mij op met een brede glimlach die hem zo sympathiek maakt.
Al enkele dagen had ik me afgevraagd of ik dit wel zou kunnen, praten met een burgervader is niet voor iedereen weggelegd. Al rap ondervond ik dat ik me nodeloos zorgen had gemaakt en dat onze babbel zo vlot verliep omdat hij een gewone warme man is.
Over dekenijen spreken was geen moeilijke opdracht want na eerst Schepen van Feestelijkheden en dekenijen werd hij daarna Burgemeester van Gent. In beide ambten was hij nauw begaan met het dekenijleven.
Naast die twee bevoegdheden is hij ook opgegroeid in een dekenijmilieu want zijn moeder was tijdens zijn kinderjaren dekenin van dekenij ’t Zandeken, gesitueerd in de deelgemeente Mariakerke.
En zo vertelt hij over zijn ouders die een zaak hadden in tweedehandsmeubels. Zijn moeder, die dekenin werd beschrijft hij als een sterke, actieve, verstandige en commerciële vrouw. Haar taak als dekenin bestond er in de goede verstandhouding te bevorderen tussen de zelfstandigen maar daarnaast ook oog te hebben voor zieken, bejaarden en kinderen. Hij herinnert zich nog de jaarlijkse Zandekensfeesten met een grote rommelmarkt en vele dagen van groot plezier. Heel wat Gentenaren kwamen er naar toe om een pintje te drinken, een dansje te doen en een babbeltje te slaan.
Het was ook zijn moeder die hem vertrouwd maakte met de socialistische partij en trots is op de mooie weg die haar zoon in deze partij heeft afgelegd.
Zijn ambt als schepen van Feestelijkheden en dekenijen bracht hem nauw samen met het dekenijleven. Hij was oprecht betrokken bij hun werking en de dekenijen zagen hem graag komen omdat hij de warmte uitstraalde die zij nodig hadden. Er waaide een nieuwe wind van herkenning en waardering en dat deed de dekenijen goed. Het was de stevige handdruk, het hartelijk woordje, het luisterend oor en de guitige kwinkslag die de mensen blij maakten.
Toen ik hem vroeg waarom dekenijen besturen altijd gekoppeld wordt aan Feestelijkheden werd het mij duidelijk : “Beiden zijn er op gericht om mensen samen te brengen”!
Toen werd hij Burgemeester van de stad die hem zo dierbaar is. Hij bleef de dekenijen een warm hart toedragen. Hij sleutelde aan de subsidies om hen wat ruimte te geven in hun werking en dat werd enorm gewaardeerd. Zoveel hij kon was hij aanwezig op dekenijfeesten en waar hij kwam sprak hij een woordje van waardering, heel ernstig maar altijd met een guitige kwinkslag. Hij spoorde hen aan om mensen te blijven samenbrengen, door te zetten en moed te houden ook in momenten dat het moeilijker ging.
Het oprichten van “Buurtwerking” en “Wijk aan zet” werd door de dekenijen niet erg gewaardeerd. Waarom? Was dit niet datgene wat zij al jaren deden in hun buurt? Als Burgemeester trachtte hij uit te leggen dat het de bedoeling was om ook op die manier nog meer mensen samen te brengen en dat dekenijen zich daarin moeten vinden en aansluiten en meewerken en zich op die manier ook gesteund voelen in hun werking. De hoop was dat ze “samen” zouden werken, wat in werkelijkheid niet zo gemakkelijk was maar in de loop van tijd misschien wel gegroeid is.
Op de vraag hoe hij de toekomst van de dekenijen zag sprak hij over tijdsevolutie, vernieuwing in beleid voeren, jonge mensen en vooral jonge gezinnen aantrekken om deel uit te maken van deze grote dekenijfamilie. Hij sprak ook over een vereniging met twee totaal verschillende groepen : commerciële en sociale dekenijen onder één noemer. Niet eenvoudig om aan beiden de nodige aandacht te besteden zodat ze zich betrokken voelen bij de werking van de Opperdekenij. Nu er jongere leden in de Opperdekenij zijn bijgekomen is er een nieuwe dynamiek, moeten ze zich toeleggen op nieuwe projecten en nieuwe uitdagingen. Het nieuwe bestuur heeft alles om de dekenijen te laten groeien en te laten opvallen, zowel commerciële als sociale!
Het was geen probleem om nog uren door te gaan maar er was een voldaan gevoel. Er zijn mooie woorden gesproken en veel herinneringen opgehaald. Toen ik wegging was het voor mij duidelijk dat de rode draad doorheen ons gesprek “het samenbrengen van mensen” was. Wat een mooi ideaal.
Dank u.
ienisteren en spoorde hen aan om zich te blijven verenigen, u gaf hoop, kracht en moed. Het is uw verdienste dat de subsidies werden opgetrokken zodat dekenijen meer slagruimte hadden. U deed dat omdat dekenijen voor u belangrijk waren.
Het was de bedoeling om op die manier jonge mensen te betrekken bij de samenleving en hij wilde op die manier de samenleving in Gent hertekenen.
Om de beeindigen vroeg ik aan mijnheer Termont hoe hij de toekomst zag voor de dekenijen. Hij sprak over tijdsevolutie, de vernieuwing van beleid voeren, de nood aan jonge mensen, het grote gat tussen de commerciële en sociale dekenijen. Een nieuwe dynamiek is nodig met nieuwe projecten, jonge mensen die belangstelling tonen om dit waar te maken. Nu er verjonging is in het bestuur van de Opperdekenij hebben ze alles om de dekenijen te laten groeien en te laten opvallen.




